Mogelijke financieringsstructuren

Aangezien het inbrengen van eigen vermogen de meest risicovolle vorm van financieren is, ontvangen partijen daar gewoonlijk ook het hoogste rendement op. Bij burgerinitiatieven, zoals de coöperatieve ontwikkeling van breedband verbindingen in het buitengebied kan dat anders liggen.

Initiatiefnemers kunnen er voor kiezen om genoegen te nemen met een bescheiden beloning voor ingebrachte middelen die alleen betaald wordt als er voldoende inkomen in een project is. Voor deze overweging is een aantal redenen te bedenken:
  • Doordat er geen vaste interestvergoeding plaats vindt, word de kasstroom in een project niet belast met vaste uitgaven. Juist aan het begin van een project kan de financieringslast van een lening zwaar op een project drukken.
  • Door genoegen te nemen met een marginale beloning die alleen betaald wordt als het project het aankan, kunnen de totale kosten van het project lager worden: er wordt immers alleen een vergoeding betaald als er ruimte voor is.
  • Door met een aantal partijen risicodragend in een gezamenlijke ontwikkeling te stappen wordt ondernemerschap gestimuleerd. Het is immers zo dat hoe beter het project presteert, hoe hoger de beloning uitvalt.

Objectief beschouwd is een volledig risicodragende financiering met een zeer bescheiden of zelfs laag rendement erg risicovol: tegenvallers kunnen alleen opgevangen worden door de partijen die eigen vermogen verschaffen. Zij kunnen geconfronteerd worden met een lage of zelfs negatieve beloning. Dit staat, als dat aan de voorkant al als zodanig voorzien wordt, niet in verhouding tot het risico dat genomen wordt en kan een teken zijn van:

  • een niet functionerende markt – bijvoorbeeld omdat andere van financiering niet beschikbaar zijn; of
  • een onvoldoende goed project, waarin geen “cash out” voor financieringslasten veroorloofd kan worden.

Als initiatiefnemers er toch voor kiezen om op deze manier te ondernemen, is het goed dat zij zich bewust zijn van de risico’s die zij nemen. Feitelijk “beprijzen” ze de risico’s die ze lopen niet, als er een erg laag rendement voorzien wordt.

Risicodragend vermogen + lening

Een gangbare manier om projecten te financieren is de combinatie van risicodragend vermogen (waarbij de vergoeding afhankelijk is van de prestaties van het project) en een lening, waarvoor periodiek interest betaald wordt. Bij een redelijk gezond project zullen de eigen vermogensverschaffers een redelijk rendement op hun ingelegde vermogen vragen, terwijl de lening typisch een goedkoper product is. In geval van een project dat ontwikkeld en medegefinancierd wordt door een coöperatie, is er een groot aantal manieren om eigen vermogen in te brengen, maar een zeer gangbare manier is om een (obligatie)lening te verkrijgen om de coöperatie te financieren, waarmee de coöperatie participeert in het project. Het project wordt vervolgens gecofinancierd met een lening door een bank. Dit wordt in het plaatje hieronder weergegeven:

Een aantal overwegingen en aandachtspunten bij dit model zijn:

  • Het rendement dat de coöperatie verdient met het project is niet zeker. Het verdient daarom de aanbeveling om ook de vergoeding op de obligatielening variabel te maken, om het risicoprofiel aan te laten sluiten op het risico van de inbreng van eigen vermogen in het project.
  • De obligatielening heeft veel kenmerken van eigen vermogen, in dit geval. De typische kenmerken van inspraak en invloed die gekoppeld zijn aan eigen vermogen zijn echter gewoonlijk niet verbonden aan een bijdrage via een obligatielening.
  • De bank zal veelal op niveau van het project willen financieren, niet op het niveau van de coöperatie. Daardoor heeft het alleen met de coöperatie als aandeelhouder in het project te maken en niet met alle coöperanten.

Er zijn alleen al op dit eenvoudige model talloze varianten denkbaar. Enkele gangbare varianten zijn:

  • De deelnemers in de coöperatie storten een bescheiden eigen vermogen in de coöperatie, wat vervolgens door de coöperatie als zodanig ingebracht wordt. Het project geeft een obligatielening uit die door leden en niet-leden van de coöperatie volgestort wordt. Daarmee ontstaat er een mogelijkheid om een vastrentende obligatielening aan te bieden, als achtergestelde lening naast de bancaire financiering.
  • De coöperatie is in staat om subsidies of leningen van derden (bijvoorbeeld provincies) aan te trekken geoormerkt voor het project. Die subsidies kan het inzetten als eigen vermogen. Leningen kunnen als zodanig benut worden richting het project, of afhankelijk van de voorwaarden, als eigen vermogen ingezet worden. Daarbij dient voorkomen te worden dat de voorwaarden van een dergelijke lening zodanig zijn dat het risico’s oplevert, bijvoorbeeld doordat er op projectniveau geen rendement op eigen vermogen wordt gerealiseerd, maar er wel interestverplichtingen zijn op de lening – dat kan tot acute betalingsrisico’s leiden.
Risicodragend vermogen, achtergesteld vermogen en lening

De achtergestelde lening is een product dat vaak door fondsen met een specifiek doel ingezet wordt, of door (publieke) partijen die enerzijds een behoefte in de markt willen oplossen en anderzijds een redelijk rendement willen realiseren. Dat heeft alles te maken met de volgende kenmerken van de achtergestelde lening:

  • het product is minder risicovol dan eigen vermogen; maar
  • levert een hogere vergoeding op dan een gewone lening; en
  • betaling van de vergoeding is in principe onafhankelijk van het presteren van een project.

Door deze kenmerken is de achtergestelde lening vaak een perfecte verbinding tussen risicodragend vermogen en een (bancaire) lening, ook al omdat juist verschaffers van reguliere leningen op zoek zijn naar een partij die risico’s neemt die de reguliere lening verschaffer niet bereid is te nemen. Immers: met de inzet van een achtergestelde lening wordt de totale inbreng van de reguliere lening teruggebracht. Een financieringsplaatje zit er dan bijvoorbeeld als volgt uit:

Een mogelijk nadeel van de inzet van een achtergestelde lening is dat de totale financieringskosten kunnen stijgen, met name als de inzet van achtergesteld vermogen niet leidt tot een verlaging van de inzet van eigen vermogen. Bovendien ontstaat er meer druk op de kasstroom van een project, omdat er periodiek een rentevergoeding betaald moet worden die hoger is dan de reguliere financiering.